Van de Predikant

Maandelijkse overdenking door de predikant van onze gemeente, 
ds. Joep van den Berg.

Jesaja 40 & Nashville

Er is de afgelopen weken veel te doen geweest over de zogenoemde ‘Nashville – Verklaring. Persoonlijk vind ik het verdrietig dat er mensen worden buitengesloten binnen de gemeente van Christus om welke reden dan ook. Ik kwam een reactie tegen van Stefan Paas die mij best aansprak:

Hij zegt daarin: ‘Ik teken nooit 'verklaringen' (mij te pedant), maar in dit geval al helemaal niet. Publieke stoerdoenerij ten koste van kwetsbare mensen. Wie is hier in vredesnaam mee gediend? In de eerste zin gaat het al fout: 'Als christenen hebben "wij" niet altijd ... met één mond gesproken'. Lees: andere christenen zeiden andere dingen dan wij. Opnieuw: schuld belijden voor ánderen. En dan: 'Principiële stellingnames hebben niet zelden geresulteerd in machtsmisbruik jegens homo's. Wat zou zo'n aangeplakte schuldbelijdenis nu met terugwerkende kracht zeggen over deze publieke stellingname? Gaat hiervan het pastoraat eenvoudiger worden, bijvoorbeeld?’

Tot zover Stefan Paas en in een andere reactie kwam ik tegen dat het eigenlijk niet kan om een verklaring te ondertekenen die stelling neemt tegen de zonden van een ander. Dat is al te makkelijk want dat kan eigenlijk niet. En mijn persoonlijke mening is dat nergens Jezus mensen die Hij ontmoet, zondaars noemt. Hij spreekt nooit mensen zo aan maar ziet kwetsbare en zoekende mensen voor wie het Koninkrijk van God is gekomen.
Volgens mij is dat de oproep van Jesaja om de gemeente te troosten! Troost, troost mijn gemeente, zegt jullie God’.

En daar vliegt dus die vermaledijde Verklaring al uit de bocht!
Er staat natuurlijk ‘mijn volk’ maar in navolging van Abraham Heschel gebruik ik het woord ‘gemeente’. Het is sowieso wel spannend wanneer je bij Israel of volk in de bijbel het woord gemeente invult. Dan komt het dichterbij en gaat het over ons of over jezelf. Juist moet een weg, zegt Jesaja, door de woestijn die het leven kan zijn gebaand worden. Een geëffend pad door de wildernis van het bestaan en de wildernis die mensen soms elkaar aandoen. Gooi de valleien waarin mensen verdwalen vol zodat ze niet meer in de diepte van het leven zichzelf verliezen. En maak vlak de bergen en heuvels, al zijn het er duizenden. Want door al die bergen en heuvels raken mensen zich op de horizon van hun leven kwijt. Dan is er geen toekomst en levensperspectief. En dan kan het zomaar dat tamelijk ruig land, met distels en doornstruiken, waaraan mensen zich openhalen, vlak wordt en goed toegankelijk. Wij, de gemeente in de maatschappij en wij persoonlijk in onze omgang met mensen in de alledaagse praktijk van het leven mogen zo in het leven staan. Prachtig lijkt mij toch zomaar en een heilvolle taak!