Van de Predikant

Maandelijkse overdenking door de predikant van onze gemeente, ds. Joep van den Berg.

Meditatie

Handelingen 2: Pinkstervuur!
Er is een verband van de Geest in het Pinksterverhaal met de Geest in het levensverhaal van Jezus. Hij heeft de Geest ontvangen en bij Zijn sterven weer teruggegeven aan de Vader. Daarmee zou het afgelopen kunnen zijn.
Maar dat is het niet! Hij doet ruim van te voren zinspelingen op een blíjven in Zijn Geest, en een blijven ván zijn Geest, ook als Hij er niet meer is. Hij, de gedoopte met de heilige Geest, zegt bijvoorbeeld: “Jullie zullen gedoopt worden met de heilige Geest, niet vele dagen na deze. Mijn Geest geef Ik aan jullie en Mijn Geest laat Ik jullie na”.

Dan is de tijd voldragen en breekt de aanwezigheid van de Geest door in mensen, breekt de Geest uit, zoals de volle aren bij de oogst en de mens bij zijn geboorte.
Het oorspronkelijke Joodse feest op deze dag heet Sjawoeot en wordt eveneens 50 dagen na Pasen gevierd. Op de landbouwkalender is Pasen, of eigenlijk het feest van de ongezuurde broden, het beginfeest van de oogst. Pinksteren, het wekenfeest is het eindfeest.
De ongezuurde broden maken dan plaats voor broden met gist. Het verse meel is gerezen, uitbundig omhoog gekomen, een volheid aan voedingskracht.
Zo rijst het nieuwe meel van Gods toegewijden, doorkneed met de zuurdesem van de woorden van Christus op Pinksteren de pan uit.
Het is een moeilijke zaak, die wij begeren, als we van Zijn Geest willen ontvangen. Die zaak vraagt onze beschikbaarheid en openheid zonder voorwaarden, die zaak vraagt onze toewijding en volharding. We moeten er wel om blijven vragen, we moeten wel willen, graag zelfs. Anders blijven we achter en moeten we het doen met de Geest die aan anderen gegeven wordt.
We ontvangen het als we zien hoe Hij weggenomen wordt, hoe Hij heengaat, waar Hij heen gaat. Als we geloven en vertrouwen, dat Hij van God is gekomen en naar God gegaan is, dan weten we dat het Gods Geest is die we begeren en als dat echt is wat we willen, dan krijgen we die, op Zijn erewoord, op Zijn tijd, op die onvoorspelbare 50e dag!