Van de Predikant

Maandelijkse overdenking door de predikant van onze gemeente, 
ds. Joep van den Berg.

Lucas 8

Verlaten door iedereen
Mensen die zich verlaten voelen door anderen, voelen zich vaak ook gevangen in hun isolement. U kent zelf misschien wel zulke mensen. Mensen die vereenzamen, die zichzelf verwaarlozen, leven in een soms zo’n zelfgekozen isolement. Maar wat moet je doen?

Op het kerkhof woont een man. Hij loopt daar naakt rond. Hij slaapt in de in rotsen uitgehouwen graven. Alle inwoners van het stadje kennen hem, maar niemand heeft omgang met hem. Ze zijn eerder wat bang van hem. Zo’n zonderlinge type, die is niet helemaal wijs. Hij moet wel van de demonen bezeten zijn. Als Jezus in het stadje arriveert, komt hij tevoorschijn en stapt welbewust op hem toe. Weet hij wie Jezus is en wat Hij hier komt doen?

Het gaat dus over een man die door demonen wordt bezeten. Wij zeggen liever, het gaat hier om een mens die psychisch gestoord is. Dat klinkt zakelijker. Dat kunnen we tegenwoordig heel aardig in kaart brengen met het DSM-5 handboek. Hierin staat een uitgebreid systeem om elke psychische afwijking te classificeren. Handig. Daar kun je dan de juiste medicatie op afstemmen. Tegelijk weet iedereen die er bekend mee is, dat psychische aandoeningen niet alleen met pillen zijn op te lossen. Een mens zit ingewikkelder in elkaar. De helft begrijpen we nog niet. 

“Jezus vroeg: ‘Wat is je naam eigenlijk?’ ‘Alles’, riep de man. ‘Alles door elkaar. Weet ik veel.’ Hij sprong op en liet zich helemaal krampachtig stijf vallen, trappelend met het spuug om zijn mond. Jezus pakte hem bij zijn arm. Hij zette hem met zijn benen op de grond. Ze gaven hem eten en drinken. Ze maakten hem schoon. Ze gaven hem van hun eigen kleren. Die man zag er nu heel anders uit. Hij zag er opgelucht en aardig uit. Hij lachte tegen ze. ‘Hoe heet je’, vroeg Jezus weer. ‘Ik heet Adam’, zei de man.” Volgens mij wordt hier het hele verhaal van de genezing in de kern geraakt. 

Jezus ziet in de gestoorde, de mens die hij is. Het is opvallend dat in de tekst van het verhaal aan het begin en einde sprake is van een man, maar daar tussenin een paar keer van de mens. Dat is helaas niet terug te vinden in onze vertaling, daarom zeg ik het er maar even bij. Het gaat niet alleen om deze ene, wat wonderlijke man, de uitzondering. Nee, het gaat op een dieper niveau om de mens, de mens in zijn gestoorde verhoudingen. Het kan gaan om ieder mens, om mijzelf misschien wel. Dat roept, tegenstrijdig, ook angst op, als ik besef dat er daarmee ook iets van mij gevraagd wordt. Om mijzelf te geven. Om mijn eigenheid te ontdekken, niet in het vasthouden van een zelf gekoesterd isolement, maar tussen de mensen, als mens van het Koninkrijk en in verbinding met de wereld.