Van de Predikant

Maandelijkse overdenking door de predikant van onze gemeente, 
ds. Joep van den Berg.

Johannes 20

De Heer is waarlijk opgestaan!
Laten we de nadruk eens wat verleggen: Jezus’ nieuwe leven is begonnen. Dat is wat hier in Johannes heel duidelijk het gesprek van Jezus met Maria domineert. Na Pasen komen niet de oude verhoudingen terug. Jezus is niet meer dezelfde Meester, aan wiens voeten je kunt zitten en naar wiens lessen je kunt luisteren. Hij is onderweg. Hij blijft even staan bij haar, maar gaat dan aan Maria voorbij.

Ik zeg dat expres even zo. Want je proeft hier in de ontmoeting van Jezus met Maria iets wat we veel vaker in de bijbel tegenkomen. God verschijnt aan mensen in het voorbijgaan. Aan Abraham wilde God voorbijgaan, maar Abraham nodigde God in zijn tent, even. Mozes wilde God zien, maar kreeg Hem slechts in het voorbijgaan te zien. Aan Elia ging de Here voorbij, en in de stilte van zijn kielzog kwam Gods Woord tot hem. En Jezus neemt dit over. De Zoon lijkt op zijn Vader. Bij de storm op het meer wil Jezus zijn leerlingen voorbijgaan. Na zijn opstanding wordt dit nog sterker: in Emmaüs wilde Hij verder gaan. Even konden de leerlingen Hem overhalen bij hen te blijven, toen was Hij weer weg. En zo gaat het ook hier: even maar, dan is Jezus weer op weg.

De overtuiging dát Christus is opgestaan is niet de kern van ons geloof. Die kern is dat Hij onze levende Heer is, de Christus, de Zoon van de levende God. Daar ging het Jezus zelf ook om: heel persoonlijk spreekt Hij Maria aan: Maria! En de reactie waar het Jezus om ging, was niet: ja Heer, u bent opgestaan, het is waar. Nee, hun reactie was: Meester! Dát is dan ook de reactie die Hij bij ons wil oproepen, even persoonlijk: Meester! In Jezus ontmoeten we onze Meester die aan en met ons aan het werk is en die met ons wil leven in geloof, in overgave, in gebed, in overdenking, in navolging, en die zó met ons onderweg wil zijn naar zijn Vader. En alleen in de mate van ons geloof, onze overgave, ons gebed, onze navolging, ervaren we iets van zijn kracht, iets van dat met Hem opgewekt worden, als een teken, een voorproef, iets van een begin van eeuwig leven ook bij ons. Als die persoonlijke band verslapt, wordt ook meteen Pasen een teleurstelling.

Maar Pasen is niet maar: Jezus is opgestaan. Pasen is nog maar het begin. Bij Pasen hoort: Jezus is nu met en aan en voor ons bezig bij zijn Vader en onze Vader, bij zijn God en onze God. Haast vanzelf komt dan die andere prachtige Paas-associatie boven: die van die door de boomwortels uit het lood geduwde grafstenen op een oude begraafplaats. Wij blijven hier begraven -- wij zijn nog niet opgestaan -- wij blijven hier tegen allerlei tekorten en gebreken aanlopen en zelfs tegen groot en schreeuwend onrecht -- het koninkrijk is nog niet op aarde -- maar het komt: want Jezus nieuwe leven is begonnen.