Van de Predikant

Maandelijkse overdenking door de predikant van onze gemeente, 
ds. Joep van den Berg.

Johannes 1: 1 - 14

Meestal als we het kerstfeest vieren, doen we dat met de berichten over de geboorte van Jezus zoals ze zo mooi en romantisch worden verteld en tot de verbeelding spreken bij de evangelist Lucas of bij Matteüs. Dan vieren we kerst met de beschrijving van Jozef en Maria die vanwege een volkstelling op pad moeten gaan naar Bethlehem. Dan lezen we dat Christus in een voederbak gelegd wordt en lezen we over de herders die naar hen toetrekken en ook iets over de drie wijzen uit het oosten die naar het kind toetrekken en die hen hun geschenken aanbieden.

Het spreekt allemaal zeer tot de verbeelding en spreekt onze gevoelens aan van heimwee  en verlangen naar ‘stille nacht, heilige nacht’ en ‘vrede op aarde’. We zijn blij ‘midden in de (koude) winternacht’ even bij elkaar te mogen schuilen bij het lezen van deze kerstverhalen vol van warmte, liefde, toewijding en vrede. En dan de ónvrede en de wánklanken van het leven even te mogen vergeten.
Johannes zegt dan het volgende (op het eerste gezicht heel mysterieus:) “Het Wóórd is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid. En wij hebben zijn grootheid gezien.” Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond. Wat moet je je daar nou bij voorstellen, bij dat Woord? En waar gaat het dan om?

In het Grieks staat er het woord ‘Logos’! En ‘Logos’ is een heel belangrijk woord in de filosofie van die dagen. Je kunt het woord goed vertalen met het woord ‘natuurwet’. De Logos, dat zijn al de wetten van de natuur. Al de wetten die het leven bij elkaar houden. Al de wetten, op basis waarvan het leven is opgebouwd en gestructureerd.

Maar dan komt Johannes op de proppen. Johannes de evangelist, die zijn evangelie, zoals wij dat vandaag kennen, ongeveer 90 na Christus heeft geschreven. En hij wil graag het kerstevangelie vertellen aan de filosofen. Maar dan bereik je niks, moet hij gedacht hebben, met een eenvoudig kerstverhaal over Maria en Jozef en een kind. Daar bereik je dan niets mee, bij de filosofen. Want filosofen zijn niet zo heel erg geïnteresseerd in al die kleine, aardse dingen. Ze zitten met hun hoofd ‘in de wolken’, in de wolken van hun eigen bespiegelingen. En als Johannes hen wil bereiken, moet hij hen als het ware daarboven in de wolken van hun eigen bespiegelingen áfhalen. Afhalen met een interessante gedachte, die bij hun gedachtewereld aansluit, zonder er echter helemaal in op te gaan. Ze moet dan ook net weer even ánders zijn, maar wel: net voldoende aangepast om hun nieuwsgierigheid te wekken en hun aandacht te krijgen.
Deze Logos is mens geworden! Hij heeft onder ons gewoond en wij hebben zijn grootheid gezien! Een grootheid vol van góedheid en waarheid!”
“Het Woord, de logos, heeft onder ons gewoond, en hij is vol van góedheid en waarheid. Uit de overvloed van deze logos zijn wij vooral met góedheid overstelpt! Dat heeft de Logos laten zien, toen hij een mens werd, Jezus Christus!
Dat heeft de schrijver als het ware in zijn achterhoofd. Er wordt een nieuw Koningstype genoemd: in de gestalte van een kind. Als het Kerstkind volwassen is, zal het geheim onthuld worden van Jezus zelf die sterven en verrijzen zal. Hij zal opgaan om zijn zending te volbrengen. En in die zending zit ook zijn goedheid, de goedheid van Zijn Vader.

Johannes vertelt Genesis 1 opnieuw als hij zegt: in het begin was het Woord. Van wie? Natuurlijk van de God van Israël. De enige God die spreken wil. Tienmaal klonk er in Genesis 1: God sprak… dat spreken is wezenlijk. God is niet zomaar een God, maar een God die bevrijdt. Het heeft daarom ook zin om tot die God te bidden, om onze redder Jezus te aanbidden. Hij is aanspreekbaar omdat Hij onze God wil zijn.

Een gezegende en liefdevolle Kerst toegewenst!