Van de Predikant

Maandelijkse overdenking door de predikant van onze gemeente, ds. Joep van den Berg.

Meditatie

Matteüs 28: 16 -20 'Ik ben bij je'
Natuurlijk zijn deze woorden de geschiedenis door gegaan. Sinds Matteüs de laatste verzen van zijn evangelie heeft opgeschreven, zijn we bijna twintig eeuwen verder. Maar op een bepaalde manier zou je ook kunnen zeggen, dat we nog steeds daar zijn waar het verhaal van toen is gebleven: de leerlingen, die model staan voor de kerk, samen met de opgestane Here Jezus. De één staat op het punt naar de hemel, de werkelijkheid van God, terug te keren, terwijl de anderen instructie krijgen voor hun werk hier op aarde.

Misschien is dat nog wel steeds de situatie waarin wij ons ook vandaag nog bevinden, en waarin de kerk, de gemeenschap van leerlingen, zich altijd bevindt. Kerk in de wereld. Wij staan daar op de berg, met Jezus en sindsdien met niet meer dan de woorden en het onderricht dat Hij ons nalaat. En de Geest van de waarheid, de Trooster die wij hebben ontvangen.

Het slot van het evangelie is voor veel mensen een bekende tekst. We worden met een opdracht de wereld ingezonden. Vroeger heette dat: het zendingsbevel. Sommigen werden daar enthousiast van, anderen misschien eerder verlegen. Eigenlijk al precies zoals toen. Want zoals er staat, sommigen van zijn leerlingen brachten hem eer, al twijfelden enkelen nog. Het zendingsbevel. Ga op weg, maak alle volken tot mijn leerlingen, enzovoort.
We worden geroepen, zoals de leerlingen naar de berg werden geroepen, zoals Paulus tot apostel werd geroepen om het evangelie van God te verkondigen; we worden uitgezonden de wereld in, zoals vanaf dat moment de leerlingen, de kerk, zoals Paulus die naar ‘alle volken’ werd gezonden.
Voor sommige mensen is de kerk nog steeds synoniem met van alles moeten, je aan strenge regels houden, een levenshouding die inperkt, geboden en verboden en wat al niet meer. Het ligt er natuurlijk een beetje aan hoe je er mee opgevoed bent. Maar er zijn genoeg mensen die er onder geleden hebben en soms nog. Dan is alle vreugde en vrolijkheid en de humor uit het geloof gelopen. Dan is kerk en alles wat daarmee te maken heeft, altijd verbonden met een sfeer van moeten, van dwang, van klein en angstig gehouden worden.
Dan kun je dus ook begrijpen, dat sommigen hem aanbidden, maar dat anderen twijfelen.
                
En als je dat tot je door laat dringen, de gerechtvaardigde twijfel, de aarzeling en de onzekerheid die altijd bij een volwassen geloof hoort, dan kun je vervolgens ook beter begrijpen hoe belangrijk het is wat Jezus als eerste juist nu zegt: “Mij is alle macht gegeven in de hemel en de aarde”.
Niet een bevel, geen opdracht, maar een belofte, een bevestiging, een hart onder de riem.

Wat Hij als eerste zegt, is niet: je moet, of je zult, of weet ik wat. Geen opgeheven vinger, maar een geopende hand. Wees niet bang, heb goede moed.
En dan hoor je opeens ook beter en scherper, het laatste woord zoals dat hier staat opgetekend. Nogmaals, volgens de eigen karakteristieke weergave van het Matteüs-evangelie, dat laatste woord: houd dit voor ogen, ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.

Opnieuw, een woord van belofte, een woord om op te bouwen, een motie van vertrouwen.
Het eerste en het laatste woord is aan de belofte, de toezegging. En slechts in dat kader, staan de eventuele opdrachten of aanwijzingen. Dat geldt heel letterlijk voor dit korte slot van het evangelie, maar het is tegelijk de vuistregel en de spreekregel van het geloof. Voor alles uit, gaat Gods belofte, zijn verzekering: wees niet bang, ik ben er bij, ik laat niet los. Dat gaat voorop. Dat wordt als eerste gezegd. Dat mag als eerste worden gehoord.
 
Als die volgorde wordt omgedraaid, gebeuren er zomaar ongelukken. Dan wordt het geloof geen vreugde meer, maar een last.
Dan word je er niet door opgetild, maar door neergedrukt. En dat kan nooit de bedoeling zijn.
Op een bepaalde manier staan wij, net als de leerlingen toen, daar op de berg met Jezus. Dat is de situatie van de kerk, van iedere gelovige. Met Jezus die terugkeert naar de hemel, worden wij des te meer bepaald bij onze plaats en taak hier op Gods goede aarde. De kerk is in de wereld en ieder van ons op zijn of haar eigen stukje van die wijde wereld. Daar komt het er op aan, daar mogen we het waarmaken.
Tot aan de voltooiing van deze wereld.