Van de Predikant

Maandelijkse overdenking door de predikant van onze gemeente, ds. Joep van den Berg.

Meditatie Matteüs 20: 1 - 16

De Wijngaardenier
Wat mij opvalt is dat de landheer zelf naar de markt gaat om arbeiders voor zijn wijngaard te kiezen. Je zou eigenlijk verwachten dat de rentmeester dat zou doen; dat die belast zou zijn met die taak. Maar nee, de eigenaar zelf zoekt zijn mensen uit en komt met hen overeen hoeveel hij hen gaat betalen voor een dag werken om de oogst binnen te halen. Dat is toch eigenlijk het moment, dat er het meest te doen is op een wijnlandgoed.

Vele handen moeten dan aan de slag om de druiventrossen van de wijnstokken af te nemen en ze te verzamelen in de manden. Het is het moment van de grote oogst waarop iedereen heeft zitten wachten. Het kan haast niet anders dan dat de mensen om Jezus heen dat horen als iets dat op het laatst gaat gebeuren. Israël zag zichzelf als de wijngaard van God door vooral de profetieën van Jesaja die gaan over een wijngaard.

In iedere gelijkenis zit een springend punt van de gelijkenis waarmee het ene in verband wordt gebracht met het andere. Hier dus dat het Koninkrijk van de hemelen wordt vergeleken met een Heer van het huis. En deze eigenaar huurt arbeiders in om 6 uur in de ochtend, om 9 uur en om 12 uur; dan nog een keer om 3 uur in de middag en tenslotte zo rond 5 uur aan het einde van de dag.
Alleen met die eerste groep dagloners wordt een afspraak gemaakt dat zij voor een hele dag werken, zo’n 12 uur, beloond zullen worden met 1 denarie. Degenen die het eerst moeten worden uitbetaald zijn de dagloners die het laatst erbij zijn gekomen.
En tot onze grote verbazing krijgen zij allemaal een denarie als loon. En die eerste dagloners kijken nijdig uit hun ogen omdat zij evenveel betaald krijgen voor 12 uur werken als die laatsten krijgen voor 1 uur werken.
 
De landheer zegt dat hij toch niet onrechtvaardig is, omdat hij uitbetaald wat ze hebben afgesproken. De ogen van de eerste werkers moeten niet boos staan, omdat de landheer goed is: namelijk rechtvaardig, zoals hij vrij is om zelf te bepalen hoe hij hiermee omgaat. Door die retorische vraag: Zet het kwaad bloed dat ik goed ben? Wordt ieder van ons zelf uitgenodigd om daar antwoord op te geven.
 
Het gaat dus om het thema van de rechtvaardigheid van de grote Wijnboer, nl. God. En achter dit thema zit de verkondiging van de reddende liefde van de goede God.
Waarom gaan wij moeilijk doen als God ervoor kiest om de minsten onder ons relatief het meeste te geven. Als je denkt dat jij het verdient en het meest recht hebt op een goede beloning, kan het zo zijn dat je als laatste je loon zult krijgen.
 
Maar gelukkig: Gods zoekende liefde wordt door sommigen toch ontvangen. Die werkers van het laatste uur zijn blij en dankbaar en loven God om hun onverdiende beloning.
Ja, daar staan zij, in die lange rij. En we kunnen ons die ergernis zo goed voorstellen. Ja, zo is dat met aardse zaken. Deugd, werken loont. Het enige, wat Jezus doet, is aan ons vragen: ’ Kom je in Mijn wijngaard?’
‘Ik weet het’, zegt Jezus, ‘het is al het elfde uur; je verdient het niet – maar Ik wil het je geven. Dat is Mijn zoekende genade en goedheid die blijft duren.