Van de Voorzitter

Nieuws of overdenking door de voorzitter van de kerkenraad, dhr. Rob de Bruijn

Nieuwjaarstoespraak

Beste leden van de Protestantse kerk Voorhout, broeders en zusters, lieve mensen,

Voordat wij het beleidsplan en werkplannen aan u zullen presenteren een paar woorden vooraf aan het nieuwe jaar dat inmiddels alweer vijf dagen oud is. 

Vorig jaar sprak ik in mijn nieuwjaarstoespraak over humanitaire rampen die de wereld troffen. In het bijzonder stond ik stil bij de vluchtelingen crises waar de wereld mee te kampen heeft en mijn lokale betrokkenheid bij het asielzoekers centrum in Katwijk. Oók stond ik stil bij de grote terugloop van kerkgangers in Christelijk Nederland en dat mensen massaal ontkerkelijken. Op dit moment zijn het aantal kerkgangers in Nederland sterk in de minderheid. Overigens wil dat niet zeggen dat die mensen ongelovig zijn, want volgens het onlangs verschenen rapport “Christenen in Nederland van het Sociaal Cultureel Planbureau” gaat men uit dat 70% van de Nederlanders geloofd in God of een hogere macht. De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat als je niet regelmatig naar de kerk gaat en geen deel uitmaakt van een gemeente of je dan kunt spreken van een praktiserend geloof of wat daar van overblijft. Eigenlijk is mijn constatering dat er niets veranderd is sinds vorig jaar. Sterker nog: het verergert! 

Moeten we ons daarover zorgen maken? Misschien wel, maar misschien ook niet. Als wij geloven en de bijbel goed lezen en “juist” interpreteren, dan weten wij dat er nog heel veel rampen en ellende over ons heen zal komen. Het gaat er om hoe wij met elkaar standvastig blijven en elkaar blijven ontmoeten en bemoedigen in de erediensten zondags, maar zéker ook buiten de zondag om in ons dagelijks leven.

In het verlengde daarvan dacht ik zo rond de kerstdagen dieper na over de wens:

“gezegende kerstdagen”

Ik vond het namelijk moeilijk om troostrijk gezegende kerstdagen te wensen vanuit een zeer comfortabele positie aan iemand die het afgelopen jaar of al jaren verdriet mee heeft gemaakt of nog steeds meemaakt. Hoe gaan wij hoe gaan wij als christenen om met de opdracht: omzien naar elkaar?
Sturen wij met kerst alleen een kaartje, een WhatsApp of via de e-mail een digitaal kerstkaart met één of andere jolige kerstman en is het daarmee dan klaar?
Mijn overweging daarbij waren de woorden die Jezus sprak in Mattheus 25:

“Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.”

Wat doe ik en wat doen wij nu persoonlijk ook daadwerkelijk voor onze naaste dichtbij of veraf?

Wij leven in een wereld die niet perfect is en waar heel veel leed is. Waar mensen elkaar verdriet aandoen en elkaar bekritiseren. Dat gebeurt helaas hier ook in onze gemeente. Hoewel wij wel óp deze wereld zijn, zijn wij niet ván deze wereld. Wij moeten als christenen het verschil maken. Wij moeten met elkaar de verbondenheid zoeken in onze geloofsovertuiging. Tegelijk de missionaire opdracht uit Mattheus 28 die Jezus zijn leerlingen en dus óók aan ons meegeeft “Ga nu op pad en maak alle volken tot leerlingen van mij” serieus nemen en daarmee aan de slag gaan. Een mooi begin en voorbeeld daarvan is de gezamenlijke kerstkaart die we met de Rooms-Katholieke Bartholomeus Parochie aan alle inwoners van Voorhout huis aan huis hebben bezorgd. Verder komt die opdracht ook tot uiting in onze identiteit, missie en werkplannen die we straks zullen bespreken.

Ik heb de overtuiging dat wij gesterkt door ons geloof ons moeten richten op elkaar en dat we samen missionaire plannen maken.

Het gaat er in principe niet om wie er wél in onze kerk zijn, maar wie er níét zijn!

Voor het nieuwe jaar wens ik u allen toe dat we ons Christen zijn en onze opdracht serieus nemen en de daad bij het woord zullen voegen.