Van de Voorzitter

Nieuws of overdenking door de voorzitter van de kerkenraad, dhr. Rob de Bruijn

Er moet me eerst even iets van mijn hart. Ik zie u allemaal als mijn broeder of zuster en spreek u als zodanig ook graag zo aan. Onlangs werd ik na de dienst aangesproken door een gemeentelid, omdat ik twee gemeenteleden “zusters” noemde, toen ik als ouderling van dienst de bloemengroet afkondigde. Zij begreep in eerste instantie dat de bloemen bestemd waren voor twee zusters van de BNS in plaats van onze gemeente. Zij vond het ouderwets en enigszins stoorde haar het ook. In het gesprek legde ik haar uit, dat ik het noemen van “mevrouw of mijnheer Huppeldepup” héél ver van mij afstaat. Daarnaast komt broeders en zusters nota bene in de nieuwe bijbel vertaling 185 keer voor.

Twee voorbeelden: In Mattheus 23 vers 8 zegt Jezus onder andere tegen de menigte”…jullie zijn elkaars broeders en zusters”. Of in Marcus 3 vers 34 en 35 staat: ‘Hij keek de mensen aan die in een kring om hem heen zaten en zei: ‘Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.’

Ik ben er ten diepste van overtuigd dat wij een Vader in de hemel hebben die ons zijn kinderen noemt. Daarom zijn wij in Jezus Christus broers en zussen van elkaar. 
 
De laatste keer dat ik wat in de kerkbrief schreef was afgelopen juni. Toen hadden we de vakantieperiode nog vóór ons en nu zijn er bijna zes maanden voorbijgevlogen. Nu is het tijd voor bezinning en terugkijken op het afgelopen jaar. Ds. Joep van der Berg vermeldde in zijn preek vorige maand, dat de Rooms-Katholieken de tijd van advent ook wel de kleine vastentijd noemen. Dat vind ik zelf ook wel een mooie gedachte om bij stil te staan. Bezinning en tegelijkertijd in afwachting van het licht dat beloofd is en naar ons toekomt. Dit jaar is voor de kerkenraad óók best een mooi, maar tegelijkertijd ook een lastig jaar geweest. Met de wisseling van ambtsdragers en de vorming van een nieuw College van Kerkrentmeesters heb je toch weer tijd nodig om aan elkaar te wennen. Ik kan u verzekeren dat we inmiddels weten wat we aan elkaar hebben en dat het een zéér betrokken en gemotiveerd team is. We hebben het moderamen (voorzitter, predikant en scriba) weer in oude stijl hersteld. Dat betekent dat het moderamen bestaat uit voorzitter, predikant, scriba, notulist en de voorzitters van Pastoraat, Diaconie, Jeugdraad en College van Kerkrentmeesters. Zo kunnen we adequaat en breed met elkaar de uitdagingen die er liggen beetpakken en voorbereiden voor de kerkenraad. Onlangs hebben wij als Kerkenraad twee avonden geheel besteed aan het discussiëren over onze identiteit en het voorbereiden en maken van beleid en werkplannen voor de komende jaren. Hieraan ten grondslag lagen het beleidsplan van 2012, het kerkvisitatierapport van september vorig jaar en de uitkomst van de gemeenteochtend bespreking van 8 april. Wij hopen onze plannen en de uitvoering op de gemeenteochtend te presenteren van 6 januari 2019.     
 
Hoewel de maand december bij uitstek voor veel mensen “the most wonderful time of the year” is, zijn er heel veel mensen die daar hele andere gedachten bij hebben. We hoeven alleen maar om ons heen te kijken, dichtbij en veraf, om te zien dat er héél veel leed in de wereld wordt geleden. Zolang er honger is, zolang er onderdrukking is, zolang er vluchtelingen zijn, zolang er rampen zijn, hebben niet alle mensen op deze wereld “the  most wonderful time of the year”, of misschien zelfs niet van hun leven. Laten we deze maand van blijde verwachting dan ook gebruiken om op momenten van bezinning en gebed daarbij stil te staan.     
 
Ik wens u een gezegende hoopvolle periode toe.